Allergie bij huisdieren

Helaas komt allergie bij honden en katten (net als bij mensen) steeds meer voor. Waarom dat zo is, daar zijn we nog niet uit. Dus tot die tijd beperken wij ons tot het diagnosticeren en behandelen van allergiën.

Diagnose van allergie

Allergiën bij honden en katten uiten zich vaak als jeukklachten. Soms is dat heel duidelijk, zoals een rode buik, of heel veel bultjes. Maar soms zijn de klachten een stuk minder opvallend, zoals knagen aan de pootjes, of terugkerende oor- of anaalklierproblemen. En dan zijn er een aantal mogelijkheden.

  1. De huidirritatie is een normale reactie op iets irritants (zoals een reinigingsmiddel)
  2. De irritatie is een overreactie op stofjes uit de omgeving (“atopie” genaamd)
  3. De irritatie is een overreactie op stofjes in de voeding (“voedselallergie” genaamd)

Waarbij de allergie tegen omgevingsdingen en die tegen voedingsstoffen ook nog eens tegelijk voor kunnen komen.

Wat we daarom als eerste doen, is een goed gesprek met de baasjes. Als een jeukklacht in een bepaald seizoen meer voorkomt dan in andere seizoenen, wordt een omgevingsallergie een stuk waarschijnlijker.

Blijft het onduidelijk welke oorzaak er is, dan volgen we de volgende stappen:

  • starten op een hypo-allergeen dieet
  • symptoom bestrijding jeukklachten

Als de allergie klachten van de hond of kat heel erg zijn, beginnen we met allebei tegelijk. Als het wel meevalt, beginnen we alleen met het dieet.

Allergie voor voedsel

9 tot 12 weken

Het is enorm belangrijk om te beseffen dat het lang kan duren voordat een speciaal dieet werkt. Dat is een percentage-spel: hoe langer je wacht, hoe meer procenten van de allergische honden ook kan laten zien dat het werkt. Dus als je geluk hebt, zie je het al na 3 weken. Maar je kunt pas echt succes verwachten na 9 tot 12 weken. Dat is ook de hoofdreden dat we direct met zo’n dieet beginnen: als je daar pas mee begint als de rest niet helpt, ben je wéér een paar weken langer bezig.

Eiwitten

Wat houdt een “hypo-allergeen” dieet dan precies in? Het belangrijkste om te weten, is dat verreweg de meeste allergiën tegen bepaalde dierlijke eiwitten zijn. De nummer 1 daarbij is “kip”, maar het kan ook “koe”, “varken”, of iets anders zijn.

Nieuwe eiwitten of gehydrolyseerde eiwitten

Dan heb je als baasje de keuze: of je gaat zorgen dat de hond of kat alleen nog maar eiwitten eet, die hij of zij nog nooit gehad heeft (zoals struisvogel, witvis, paard, gans, eend, kangoeroe, etc.). Of je geeft een voer waarin met een chemisch trucje, de eiwitten zo klein geknipt zijn (“gehydrolyseerd” heet dat), dat het immuunsysteem er niet meer op kan reageren. Alle grote merken hebben zo’n voer. Wij adviseren om dit wel in overleg met een dierenarts te doen. Want voeding is een belangrijk iets. Zo is er een tijdje een rage geweest om “graanvrij” te voeren. Op zich kan dat, maar in een aantal gevallen leverde dat meer problemen op.

Niks, maar dan ook niks, anders

Het is ook belangrijk dat de patient niks eet, waar hij of zij mogelijk allergisch voor is. Dus als de hond met een voedselallergie voor kip een kipnugget in het park vindt, beginnen de 9 tot 12 weken, voordat je effect kunt verwachten, weer opnieuw.

Niet direct opgeven

Als dit dieet geen succes heeft (dus het duurt al 9 tot 12 weken, en er is nog steeds jeuk), moet je niet direct stoppen met het dieet. Het kan namelijk zijn dat de hond wel een voedselallergie heeft, maar OOK een omgevingsallergie. En als je dan te vroeg stopt, loop je je straks een ongeluk te zoeken naar de blijvende jeuk bij een omgevingsallergie, terwijl het dan weer de oude voedselallergie is die loopt te storen.

Bloed test

Er is een bloedtest voor voedselallergiën bij dieren. Voorlopig zijn de uitkomsten daarvan niet klinisch relevant. Het is een vrij prijzige test die, naar onze mening, niet zoveel toevoegt aan de diagnose of de therapie.

Allergie voor de omgeving

Voor de omgevings allergiën is het een stuk lastiger een oplossing te verzinnen dan voor de voedsel allergiën. Je zou denken dat je ze eenvoudig kunt ontlopen, maar dat is nog niet zo makkelijk. Als er berkenzaadjes in de lucht zitten, dan weten ze je wel te vinden.

Al kan het wel helpen om niet door grasvelden te rennen, als je allergisch bent voor graszaadjes.

In de meeste gevallen kom je bij dit type allergie uit op medicatie. Als je geluk hebt enkel een smeerseltje (zoals af en toe een oorzalfje), en als je geluk hebt ook alleen maar een paar maanden per jaar. Als je pech hebt, heb je het hele jaar last, en dus het hele jaar medicatie nodig.

Medicatie bij allergie

Er zijn een aantal groepen medicatie. Die hebben allemaal verschillende werkingen, verschillende bijwerkingen en erg verschillende kosten.

Per geval zal de dierenarts de beste keuzes doorspreken. Voor korte termijn medicatie kan het vaak niet zoveel kwaad om iets te geven met veel bijwerkingen. Maar als je het weken tot maanden lang gaat geven, wil je niet dat het medicijn erger is dan de kwaal.

Bloedonderzoek

Er is een bloedonderzoek voor omgevingsallergiën. Maar het is erg belangrijk om de beperkingen hiervan te begrijpen. De belangrijkste is dat er best veel vals-positieven uit gaan komen. Ben je bijvoorbeeld allergisch voor een graszaad, dan kan het zomaar zijn dat je ook een positieve uitslag krijgt bij andere graszaden, of een huisstofmijt. Of, en dat is nog wel vervelender: als je enkel een voedselallergie hebt en je doet een test voor omgevings allergenen, dan gaat daar waarschijnlijk ook iets uitkomen (terwijl je er helemaal niet allergisch voor bent).

Het is dus alleen maar zinvol als je deze test zinvol toepast. Dus:

  1. Als er geen klachten door voedselallergie zijn
  2. Als men beseft dat er veel onterecht positieve uitslagen gaan zijn
  3. Men begrijpt dat het lastig gaat zijn de veroorzaker te ontlopen
  4. Men bereid is om te desensitiseren

Desensitisatie

Het hoofddoel van het bloedonderzoek, is om een therapie van desensitisatie in te stellen. Da’s een leuk woord voor scrabble, wat betekent “het minder gevoelig maken”. Wat je dan doet is dat je met kleine injecties met het goedje waar ze allergisch voor zijn, het lichaam vertellen dat het zich niet zo aan moet stellen. Dat zorgt in 70% van de gevallen voor verbetering. Verbetering is niet genezing! Verbetering betekent dat je met minder medicatie de symptomen kan onderdrukken, of met dezelfde medicatie de klachten meer kunt onderdrukken. In heel zeldzame gevallen kom je soms van de medicatie af. Heel zeldzaam: reken er niet op!


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *